donderdag 1 juli 2010

Gladiatoren in Limburg


Het is zondag 27 juni 2010 (17:00 uur) en ik moet denken aan Spartacus. Door de Romeinen gevangen genomen en als gladiator vechtend voor een beloofde vrijheid en een weerzien met zijn vrouw. Spartacus traint met andere gladiatoren onder een allesverzengende zon om zich klaar te maken voor gevechten in de Arena van de stad Capua. De mannen zijn bezweet en bedekt met stof. Maanden heeft het al niet geregend en de Romeinen doen alles om de goden gunstig te stemmen. Spartacus is sterk en lijkt onoverwinnelijk. Als hij uiteindelijk het kampioensgevecht van Capua wint – en al vele koppen door het zand en zaagsel heeft laten rollen – trekt de hemel eindelijk dicht en begint het onbedaarlijk te regenen. De goden zijn tevreden.

Het is zondag 27 juni 2010 (06:00 uur) en ik rijd, samen met 15 andere Arena leden, naar Vaals. Er zijn twee teams aangemeld voor het lopen van 7 zware etappes tussen Vaals en Venlo. Als je niet loopt dan fiets je met een andere loper mee om de weg te wijzen. De zon is al op en het beloofd een mooie, warme dag te worden. Na een korte leiderschapsstrijd op de A15 (richting A2 Eindhoven) wordt er gekeerd en voor de nieuwe weg lang Venlo en Roermond gekozen. Ik ben tevreden met deze winst en pak een beker heerlijke koffie (van Ria) aan. Net als de anderen gebruik ik de twee uur naar Vaals voor wakker worden en wennen aan het idee dat we straks door het heuvelige Limburgse land aan het rennen zijn. Bij 30° + en een onbewolkte lucht.

Het is zondag 27 juni 2010 (11:00 uur) en ik tik de hand van de derde loper (Eite) in ons team aan. Vervolgens zoek ik de schaduw en water op. Na bijna 14 kilometer door de heuvels heb ik het kookpunt bereikt. Een fietser (Johannes) flitst voorbij en sluit zich bij Eite aan. Fietser twee ontbreekt. Samen op weg voor etappe 3. Beide heren zijn fit en transformeren de etappe van 17,4 km in het routeboek naar 19 kilometer in de werkelijkheid. Hun verlangen om langer in de verschroeiende zon actief te zijn is kennelijk groot. Ook nr. 3 levert een grootse prestatie. Vooral omdat hij zijn aversie tegen hitte heeft kunnen omzetten in een mooie tijd. Ik koel wat af en stap op de fiets om loper nummer 4 (Carina) te begeleiden. De zon staat inmiddels op zijn hoogst en veel schaduwbiedende bomen komen we niet tegen onderweg. Vanaf de fiets zie ik mijn vrouw, nog steeds wonderschoon en lieftallig, een kleur rood aannemen die groot gevaar doet vermoeden. Maar ze vecht door.

Het is zondag 27 juni 2010 (13:00 uur) en ik schrik. “Daar zijn jullie eindelijk. Net op tijd. We hebben de fietsen nodig!” De laatste energie wordt in een klap uit loper 4 geslagen; ze finisht en stort ter aarde. Elders wordt de fiets onder mijn kont vandaan getrokken. Het kon niet anders. Na 4 etappes is er een herstart. De tijdsindeling was voor onze teams ongunstig. Een pauze op het lommerrijke voetbalveld van St. Joost werd ons niet gegund. Enfin. Loper 5 (Johannes) is weg voor zijn 17 kilometer. De fietser met lichte vertraging erachteraan. De twee vinden elkaar, maar niet altijd de juiste weg. Ook nu maakt Johannes er een langere etappe van. Maar hij is niet blij. Sterker nog; hij is witheet. De fietser moet het, na een minne streek, zwaar verduren. Johannes houdt niet van water. En het is heet in Herkenbosch. Snoeiheet.

Het is zondag 27 juni 2010 (16:25 uur) en ik zie plotseling loper 6 om de hoek stuiven. Dat kan alleen maar Renée zijn. We tikken elkaar aan en ik ben weg voor mijn tweede etappe die dag. Naar de finish in Venlo. Maar waar zijn mijn fietsers? Onderweg regel ik het een en ander en uiteindelijk gaan we gedrieën (Eite en Ria) verder. Nooit geweten dat er boomgaarden in Noord-Limburg zijn. Maar dat het heet is tussen die kleine boompjes weet ik nu wel. Ik laat me afleiden door de gesprekken tussen Ria en Eite. En heb verder zo mijn eigen lucide dromen. Ingegeven door de felle zon en de warmte. Een enkele keer stokt het en moet ik een paar minuten de fiets pakken. Mijn hartslag kan weer wat dalen. Daarna loop ik weer verder. Vals plat over een stoffige weg richting Venlo. Het lijkt de vloer van een Romeinse Arena wel.

Het is zondag 27 juni 2010 (18:30 uur) en ik moet weer denken aan Spartacus. Met mijn gegeselde lijf sta ik onder de douche. Zoals de regen neerdaalde over Capua valt nu het verkwikkende douchewater over mij heen. Als een gladiator heb ik – net als de anderen – mijn gevechten in een verzengende hitte geleverd. De goden zijn met mij. Ik heb gewonnen; het overleefd om het te kunnen navertellen.