
Diep was het zwarte gat waarin hij verdween na jaren op het hoogste niveau gepresteerd te hebben. Iets te lang was hij doorgegaan met zijn carrière. Van ophouden wist hij niet; ook al kreeg hij van steeds meer mensen het predikaat ‘over de houdbaarheidsdatum’ en zelfs ‘zielig’. Hij ging door omdat hij niks anders kon. Een ander leven kon hij zich simpelweg niet voorstellen. Ondertussen liep zijn zelfbeeld flinke deuken op. Maar van wijken wilde hij niets weten. Tot hij gedwongen werd te vertrekken. Het was over; men moest hem niet meer. Het zwarte gat kwam dan ook met een grote knal en was onherroepelijk.
Hij vertoonde zich niet meer. Schaamde zich en voelde zich bovenal nutteloos en overbodig. Al zijn tijd bracht hij door op de bank met de afstandbediening in zijn hand. Zijn apathie groeide, net als het haar op zijn gezicht, met de dag. Hij wentelde zich in zijn leed en begreep zichzelf en de wereld niet meer. Volledig isolement dreigde. Na bijna een jaar nauwelijks buiten geweest te zijn laat hij zich verleiden door een oud-collega om eens wat te gaan drinken samen. De afstandbediening in zijn hand wordt vervangen door een glas. De bank verruilt door een barkruk.

In de roes van alcohol bouwt hij vriendschappen op met soortgenoten. Mannen die het even niet meer weten. Mannen die hun vastigheid kwijt zijn en niet meer uitgedaagd worden hun talenten te tonen. Het niveau van hun ‘jeugd’ wordt niet meer gehaald. De lat ligt te hoog. Hij is populair bij zijn kroegvrienden. Onder invloed is hij vrolijk en vertelt mooie verhalen uit zijn verleden. Zijn humor is recht door zee, schokkerend en zwart. Een reflectie van hoe hij zich werkelijk voelt. Hoe hij zichzelf ziet. Hij lacht om niet te hoeven huilen.
Jaren leeft hij zo van zijn spaarcenten. In zijn hoogtij dagen verdiende hij veel. Hij leefde voor zijn carrière en maakte destijds weinig op. Dat kwam hem nu goed uit. Hij was geliefd in de stad en in het uitgaansleven. En werd voor vele feestjes gevraagd. Met veel humor ongezouten zijn mening geven. Dat werd zijn handelsmerk. Hij lachte zelf het hardste mee en had een positieve invloed op de omgeving waarin hij verkeerde. De lach en waardering van anderen bevrijdde hem van zijn apathische houding. Van zijn nutteloze gevoel.
Zijn omgeving verandert. Niet langer verkeert hij tussen mannen die het leven als uitzichtloos ervaren. Hij hoort er weer bij. Ontmoet succesvolle mensen, maar ook waardevolle mensen. Hij trekt zich op uit het zwarte gat en krijgt weer zin in het leven. Hij begint te beseffen dat hij toch iets anders kan. Mensen entertainen met zijn verhalen. Hij wordt als geloofwaardig ervaren. Vroeger heeft hij immers een geweldige carrière gehad. Zijn mening is wat waard. Spreken is nu zijn vak en mensen betalen geld om naar hem te luisteren.

Honderd keer per jaar vertelt hij aan een publiek zijn verhaal en de wijze lessen die er uit te trekken zijn. Over het gebruiken van je sterke punten. Niet denken over hoe je problemen moet oplossen, maar over hoe je succes kunt kopiëren. En dat het leven je overkomt en je er maar het beste van moet maken. Dat dalen nodig zijn om de toppen te waarderen. Over succes en falen. Vooral over de beleving van falen gaan zijn verhalen; en je daarna weer oprichten. Achter zijn jolige optredens blijft echter een tobber schuil gaan. Een tobber die naar zijn eigen beleving meer faalt dan slaagt.
In zijn jonge jaren heeft hij gepiekt. Is de prestatiemeetlat heel hoog komen te liggen. Toen haalde hij zijn niveau en was een topper. Het inzetten van het verval deed hem in een zwart gat belanden. De meetlat bleef hoog en hij is er nooit meer bij in de buurt gekomen. Ondanks al zijn aangeleerd relativeringsvermogen heeft hij het nooit voor elkaar gekregen de meetlat naar beneden te halen, zodat hij de bevrediging van het slagen weer kon ervaren. Hij blijft zijn bevrediging zoeken in het falen. Hij kan niet anders. Voor zijn eigen gevoel is hij continue bezig zichzelf zo te positioneren dat falen het resultaat zal zijn. Zijn omgeving begrijpt hem niet. Zij leggen hem langs een heel andere meetlat en zien hem er steeds weer in slagen geliefd en succesvol te zijn. Naar hen luistert hij niet; zijn interne criticus wint elke discussie.
Hij is ook aan het sporten. Loopt een paar keer per week hard en geniet ervan. Hij gaat er helemaal voor. Voelt zich heerlijk na een afmattende training. Herkent het geluksgevoel uit zijn eerste carrière en raakt eraan verslaafd. Wat zijn werk hem nog niet kan brengen vindt hij in het hardlopen. Hij heeft er vrede mee. Zijn leven wint immers aan kwaliteit.
Af en toe neemt hij deel aan een hardloopwedstrijd. Het ontspannen karakter van een training wordt hier als vanzelf vervangen door de drang om anderen eens even te laten zien hoe goed hij (nog) is. De oude prestatiemeetlat wordt weer uit de kast gehaald en de loopwedstrijden eindigen in mooie eindtijden…………… maar ook met een gevoel van; ‘het had beter gekund of, weer geen PR of, de tijd was goed maar het gevoel slecht.” Altijd excuses, maar weinig genieten.
Na jaren is hij tot inzicht gekomen. Je moet jezelf niet positioneren voor falen, maar voor succes. Uit succes is meer bevrediging te halen dan uit falen. Als je aspiraties naar beneden bijstelt wordt de kans groter dat je slaagt. Als je helemaal geen aspiraties of verwachtingen hebt, dan is het resultaat altijd positief. Hij begint zijn werk als spreker en het lopen van wedstrijden nu weer leuk te vinden. Hij geniet van de ervaringen onderweg en……….. zijn prestaties zijn beter dan ooit. Hij houdt nu van zichzelf, zoals anderen al lang van hem hielden.