woensdag 17 maart 2010

Terschelling Tango; dansen door de duinen


Het is vroeg en we hebben een boot te halen. Vandaag is de dag. De dag waar we ons al maanden op voorbereiden. We zijn in Franeker en hebben goed geslapen. De avond ervoor bij een hele slechte smakeloze Italiaan koolhydraten geladen. Eten kan je het niet noemen. De ontbijtzaal is leeg en buiten is het nog donker. Dikke, grauwe mist hangt boven het kanaal waarop we uitzicht hebben. De wereld voelt klein en enigszins beklemmend. Proberen zoveel mogelijk suikerbrood te eten is het devies. Brandstof voor later.

Buiten is het koud. Sporttassen worden in de auto geslingerd. In een kleine witte wereld oriëntatieloos naar de boot in Harlingen. Het grote parkeerterrein treffen we vol aan. Andere lopers zien we op het fietspad uit de mist opdagen. Stukje verder nog wacht een weiland omgedoopt tot parkeerterrein. De auto wordt geparkeerd als olifantjes lopen we kop aan kont door de vochtige kou. Rederij Doeksen heeft de kachel opgepookt en het is warm aan boord. Alle laagjes kleding uit en neerstrijken tussen de zwerm lopers die op deze boot is neergestreken. Het ruikt nu al naar zweet.

Tergend traag lijkt de boot zich door de dichte mist voort te bewegen. We begroeten bekenden. Alle op weg naar de halve en hele Berenloop. Bij het doorspitten van zijn rugzak worden de restanten van de 2008 marathon van Berlijn gevonden. Doping waarvan de houdbaarheidsdatum reeds lang verstreken is. Het lachen is nerveus evenals alle luidruchtige verhalen van lopers om ons heen. Het verlangen om ons te bevrijden van de drukte en warmte wordt met elke zeemijl groter. Het eiland komt pas in zicht als we afmeren.

Eindelijk de vaste grond onder onze voeten waar we straks 42 lange kilometers op gaan afleggen. Koers is naar de Brandaris en de kleedruimten. ‘Wat trekken we aan?’ is de centrale vraag. Gaat de zon straks nog schijnen. Wordt het warm onderweg op deze winstille dag. Wij kiezen voor de tussenoplossing. De broek niet kort of lang, maar driekwart. Kuiten bloot; de rest warm opgeborgen. Blauwe startnummers geven ons toegang tot het voorste startvak. We gaan achterin staan en maken ons bewust van wat er komen gaat. De wedstrijdstrategie wordt nog eens doorgenomen. Drie uur en vijftig minuten is een hele mooie streeftijd op een uitdagend parcours. We zullen niet van elkaars zijde wijken. De scheephoorn loeit. We zijn op weg naar ons doel.

Alle gezamenlijke training in het marathontempo betalen uit. Al snel voelt het tempo en ritme tussen ons beide heel vertrouwd. Kilometerbordjes passeren als liggen er niet heel veel stappen tussen. We zweven als over een dansvloer. Hier is geen sprake van een haas en een windhond. We zijn één op een manier waarop het lijkt alsof een derde entiteit ons voortstuwt. Nergens onderweg raken we elkaar aan. Toch zijn we vast verbonden. De energie komt uit één tank en voedt ons beider lijven. We snellen voort met alleen het beeld van de paar lopers voor ons. Het landschap blijft voor ons verborgen in de mist.

Alle snelgestarte vrouwen die ons in het begin passeerden zijn van het label voorzien ‘pakken we later wel weer terug’. Ze zijn de wortel aan de stok op de tweede zware helft van deze marathon. Een voor een laten we ze onze ruggen zien. Om vervolgens in de mist uit hun zicht te verdwijnen. De mist boven het strand is als een dikke wattendeken. Je moet er met een kapmes een weg door banen De zee is volledig onzichtbaar en onhoorbaar. We zouden overal op de wereld kunnen zijn. Als schapen volgen we de anderen voor ons. In de hoop zo via de kortst mogelijke weg weer van het stand af te kunnen. Dit stuk valt behoorlijk tegen. Boven aan de Longway terug naar de Brandaris staat de ondergrond onze dans weer toe. We halen diep adem. Met Argentijnse arrogantie en verbetenheid gaan we op jacht. Andere vrouwen en bekenden oprollen.

De laatste zeven kilometer is ons tempo hoger als tevoren. De rode blote benen en wapperende haren van onze reisgenoot komen in zicht. De man heeft het koud en moeilijk. Bij het passeren kunnen we hem slechts sterkte wensen. We zouden veel meer voor hem willen doen, maar we hebben onze eigen missie. De wortel blijft voor ons bungelen en vele mannen en vrouwen worden ingehaald. Ietwat gebogen komt een bekende Veenendaalse kilometervreter in zicht. Hij en wij zijn aangenaam verbaasd dat we bij elkaar kunnen aansluiten. Ik moet een derde in onze liefdevolle versmelting toelaten. Gesandwiched loopt het stralende middelpunt in een hoog tempo over de rode loper naar haar beste tijd ooit op een marathon. Wij buigen ons hoofd diep. Terwijl twee andere sterke kerels haar oppakken en wegdragen. Als de brandweer naar de brandweer waar een fysiotherapeut een intens pijnlijke kuitkramp laat verdwijnen. Nu zijn we klaar voor het shirt, de medaille en koppen vol bouillon en soep. We lachen en zijn blij.



Als je getrouwd bent en de veertig gepasseerd zijn momenten waarop je uren met elkaar kunt dansen een zeldzaamheid. Je droomt er wel eens van. Heerlijk zoals het vroeger was. Kun je samen dansen, dan kan je ook samen een marathon lopen. We hebben in voorbereiding regelmatig als danspartners samen gelopen en de pasjes geoefend. De Berenloop heeft ons een dansfeest van drie uur en zevenenveertig minuten gebracht. We hebben van elkaar genoten op de dansvloer die Terschelling heet. Het eerste goede voornemen voor het nieuwe jaar is al weer geformuleerd. Dansen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten