woensdag 17 maart 2010

No strings attached

Mijn vrouw loopt wedstrijden. Niet zo maar wedstrijden, maar monsters van 25k+. Niks mis mee, maar mij zijn ze te lang. Ze regelt loopmaatjes voor en vervoer naar die wedstrijden. Ze geniet van de wedstrijdsfeer en omgeving en de positieve uitwerking op haar conditie en gemoedstoestand. Althans zo verteld ze mij dat enthousiast na afloop van zo’n evenement.

Mijn vrouw is serieus met haar sport bezig. Methodisch en perfectionistisch laat ze niets aan het toeval over. Met regelmaat trainen, goed eten en drinken, op tijd rust nemen. Voor vertrek naar een wedstrijd liggen de avond tevoren al keurig twee stapeltjes kleren netjes gevouwen naast de sporttas. Een stapeltje verdwijnt om haar, steeds snellere lijf. Het andere verdwijnt in de sporttas. “Om iets droogs en warms aan te trekken na het lopen”, vertelt ze me. Ik ben trots op haar en denk er niets bij. Althans totdat ik bij het legen van onze vuurrode brievenbus een zwarte onderbroek vond. Haar onderbroek in een plastic boterhamzakje!

Nu had deze onderbroek niet het formaat om veel van haar lijf te verwarmen. Het was een onderbroek die bedoelt is om een ander op te warmen. Ik begin mijzelf nu ineens vragen te stellen bij haar blosjes en goede humeur. Minutieus analyseer ik de mogelijke scenario’s die tot ‘de onderbroek’ in de brievenbus hebben kunnen leiden. Ik word daar niet gelukkiger en wijzer van, dus besluit ik over ‘de onderbroek’ met haar te communiceren. Ik ben tenslotte een goede echtgenoot en alles moet bespreekbaar zijn tussen man en vrouw.

Mijn vrouw krijgt weer die blosjes op haar wangen bij het zien van ‘de onderbroek’ in het boterhamzakje. Terwijl ik haar strak blijft aankijken zwijgt ze een tijdje. Het is overduidelijk heel druk in haar hoofd en ik bereid me voor op een gekunsteld verhaal. Fout. Ze begint ineens hard te lachen. Mijn blik verandert van strak naar verbaasd naar verdwaasd. Als ze haar adem weer gevonden heeft en haar lachtranen heeft gedroogd, vertelt ze het volgende verhaal.

“Ik ben met twee mannen meegereden (naam, adres en woonplaats bekend bij echtgenoot) naar de Midwinter Marathon in Apeldoorn. Die waren van plan samen de Asselronde te lopen en ik had met een dame uit Veenendaal afgesproken de ronde te lopen. Een van de mannen was niet in een wedstrijdwaardige toestand, zodat de ander – tevens eigenaar en bestuurder van de auto – zich na korte tijd bij ons vrouwen voegde. Een aardige kerel, die me in de laatste zware kilometers wist te motiveren om vooral door te gaan.

Na de finish wilden de mannen – de gammele stond aan de finish reeds te wachten – snel naar huis. De dame uit Veenendaal moest wachten op haar man, die met zijn zoveelste hele marathon bezig was. Ik heb snel mijn sporttas gepakt en even een jasje aangedaan. Met grote passen ging het richting auto. Ik was inmiddels flink stijf en koud geworden en wilde toch even snel wat droogs aantrekken. Achter de auto heb ik mijn natte spullen uitgedaan, maar wilde niet geheel naakt door de mannen gezien worden. Ondergoed dus maar aangehouden. Ik denk dat toen mijn zwarte onderbroek uit mijn sporttas in de kofferruimte van de auto is gevallen. Wat netjes dat hij hem weer terug gebracht heeft. Hij durfde hem waarschijnlijk niet persoonlijk af te geven. Vandaar de brievenbus”

Ik, goedgelovige echtgenoot, ben zeer visueel ingesteld en krijg na dit verhaal hele duidelijke beelden door. Wie heeft de onderbroek ontdekt? Hoe vertel ik het mijn vrouw? Wie is op het idee van het boterhamzakje gekomen en heeft de onderbroek daarin gedaan? Hoe is het de onderbroek vergaan tussen de auto en het zakje?

Mijn vrouw en ik lachen er nog eens hartelijk om. Van de man heeft zij niets meer vernomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten