Desk research.
Ik lees deze passage in het boek Blink (2005) van Malcolm Gladwell en het laat me niet meer los.
“Dave Grossman, een voormalig luitenant-kolonel in het Amerikaanse leger en de auteur van On Killing, argumenteert dat de optimale staat van ‘opwinding’ – het bereik waarin stress de prestatie bevordert – is waar onze hartslag tussen de 115 en 145 slagen per minuut ligt…..”
Grossman brengt de menselijke hartslag hier in verband met het optimaal reageren op een levensbedreigende situatie. Een situatie van doden of gedood worden. “Na 145, zegt Grossman verder, beginnen er slechte dingen te gebeuren. Complexe motorische vaardigheden beginnen af te takelen”. Om stress optimaal voor je te laten werken moet je hartslag tussen de 115 en 145 liggen. De meeste van ons, onder druk, raken te opgewonden, en na een bepaald punt, beginnen onze lichamen zoveel bronnen van informatie af te sluiten dat we nutteloos beginnen te worden.
Hartslag 140-145 is kennelijk het optimum. The Zone. In dit bereik heb je de mogelijkheid om je helemaal te focussen op de situatie; dingen die belangrijk voor je zijn; verstorende factoren buiten te sluiten en alles heel erg bewust – als het ware in slow motion – te beleven. Wow!
Field research.
Ik tref voorbereidingen voor een lange duurloop richting Amerongen en sta in mijn blote kont voor mijn kledingkast met passpiegel.
Ieder mens schijnt zijn eigen ritueel te hebben bij het aan- en uitkleden. Ik begin bij mijn onderbroek en eindig met mijn sokken. Afwijken van die volgorde is een verstoring en voelt ‘anders’. Beginnen met het aantrekken en dichtknopen van mijn overhemd voor de spiegel heb ik onbewust wel eens gedaan. Gevolg; enerzijds teveel accent op het gedeelte van de kont dat de strijd met de zwaartekracht aan het verliezen is plus een spottende opmerking van vrouwlief; anderzijds sta je in de spiegel te kijken naar een artiest in zijn nadagen, die twijfelend zijn verlopen kop door de gordijnen steekt om de zaal in te kijken. Onderbroek eerst dus.
Vandaag die duurloop en ik doe de band van mijn hartslagmeter om. Eerst nat gemaakt. Het voelt prikkelend koud op mijn huid. Ik kijk in de spiegel en zie mezelf slechts met een zwarte band om mijn borst. Onderbroek vergeten. Ik denk weer aan Blink en vraag me af wat mijn hartslag is tijdens de daad. De beschreven beleving in ‘the Zone’ lijkt verdacht veel op die van goede sex. “Meten is weten”, denk ik, maar het vooruitzicht op, in het meest gunstige scenario, de slappe lach van mijn vrouw weerhoudt me het voorstel te doen. Romantiek en wetenschap zijn geen goede combinatie.
Actie.
Ik loop mijn eerste marathon in Amsterdam (2006) en heb voldoende tijd (3:20:08) onderweg alles te beleven en ervaringen te verzamelen.
A dog in the hunt doesn’t stop to scratch its fleas. Een man met een missie. Ik loop de 42,195 kilometer en wil een optimaal resultaat – een snelle tijd is zeker niet mijn belangrijkste doelstelling - voor mijzelf neerzetten. Natuurlijk is het spannend. Maandenlang heb je, heel bewust, naar dit evenement toegeleefd en dan moet het ineens gaan gebeuren. Het is plotseling koud in het Olympisch stadion. Aan de start nemen de zorgen over de juiste kleding toe. Het startschot van Job Cohen, burgemeester van Amsterdam, zet me gelukkig in beweging. Lichamelijk, maar zeker ook geestelijk.
De eerste kilometers ben ik nog bewust met hardlopen bezig. Het ene been voor het andere zetten. Maar na de doorkomst in het Olympisch stadion (7,5 km) treedt er een vreemd, maar heerlijk, gevoel van macht, controle en onoverwinnelijkheid op. Ik weet dan al dat ik de hele rit zonder problemen ga afleggen. Ik vertrouw mijn gevoel (intuïtie?) dan alleen nog niet. Tenslotte is er nog ruim 30 kilometer te gaan en de horrorverhalen van ‘specialisten’ over de man met de hamer spoken nog door mijn hoofd. Het goede gevoel gaat echter niet weg. Mijn hartslag moet 145 zijn, dat kan niet anders. Ik kan me makkelijk en bij toerbeurt focussen op mijn interne en externe omgeving. Heerlijk bewust van alles om mij heen loop ik mijn kilometers. Met toenemende snelheid en bevrediging.
Climax.
Ik draaf Watergraafsmeer binnen en ben ruim 30 km in ‘the Zone’ onderweg. Ik zie haar uit mijn ooghoeken langs de weg staan. Ik zie alleen haar. De rest van de toeschouwers lijkt er niet te zijn. Ze is exotisch, chocoladebruin en mollig. Ze straalt feest, energie en passie uit. Kort is er oogcontact, maar ‘a dog in the hunt etc.…’ Ik passeer, verlies het visueel contact, maar hoor nog net alleen haar tussen al het tumult. “Oowwwh, wat een lekker kontje!” roept ze me na met een vet Surinaams accent.
Ik voel me fantastisch. Vol (herwonnen) zelfvertrouwen. De laatste zware kilometers is mijn snelheid hoger en ik finish met een grote glimlach. Trots kijk ik op mijn klok en naar mijn meisje op de tribune. Met nog meer trots kijkt ze naar mij terug. Wat een heerlijke dag!
Thuis durf ik na deze ervaring mijn overhemd weer eerst aan te trekken. Leve de marathon (en leve lycra). De optimale staat van opwinding.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten