woensdag 17 maart 2010

Man in crisis


Ik heb altijd geleerd dat eekhoorns de hele zomer druk zijn met het verzamelen en verstoppen van voedsel. Waarom? Om in magere tijden niet zonder eten te komen zitten. Ik heb ook geleerd dat eekhoorns geen goed geheugen hebben en dat hun gespaarde beukennootjes soms niet terug gevonden worden. Of dat een collega eekhoorn met de zelfde amnesie per ongeluk op andermans voorraad stuit en die dan maar inpikt. Menig eekhoorn stort zich zo halverwege de winter in een behoorlijke crisis. In mijn tuin heb ik een eekhoorn steun aangeboden in deze crisistijd. Er hangt, net binnen zijn bereik, een netje met apenootjes – waar alleen vogels en onze eekhoorn op af komen, maar nooit apen. Onze eekhoorn maakt dankbaar gebruikt van de steun, die ik hem als een ware Wouter Bos heb verleend. Hij komt met regelmaat eten, maar deelt de buit met niemand. En ik maak me zorgen dat de eekhoorn vergeet waarom hij mijn steun heeft gehad. Ik wil immers niet dat hij de hele zomer op zijn dikke staart in het zonnetje ligt. Hij moet wel, en liefst zoveel mogelijk, zijn eigen eten blijven zoeken en zelfstandig gaan sparen om verlenging van de crisis te voorkomen.

Had ik hem wel moeten helpen en verstoor ik niet zijn natuurlijke instincten en eekhoorncreativiteit? Liggen er ook kansen verborgen in crisis en schaarste? Er wordt in deze tijd heel veel nagedacht en gesproken over de gevolgen van een crisis. Zo ook door mij.

Waar zo’n crisis allemaal effect op heeft, dat wil je niet weten. Zo schijnen we, maar met name vrouwen, andere feromonen te gaan afgeven en ons op een onbewuste creatieve manier aantrekkelijker te gaan maken voor het andere geslacht. Dat heeft te maken met onze aangeboren overlevingsdrang. Vrouwen gaan zich in magere tijden bewust of onbewust aangetrokken voelen tot sterke en succesvolle mannen. Ze geven daar uiting aan door zich uitbundiger en aanlokkelijker te presenteren en te kleden. Deze wetenschap moet de sterke mannen onder ons enerzijds vleien, maar anderzijds ook voorzichtig maken. Het is immers onze bescherming waar naar gezocht wordt. Een veilig nest. Je kunt mijns inziens in tijden van economische crisis maar beter vrouw zijn. Als je positie als ‘veilig nest verschaffer’ minder sterk wordt dan ruik je onbewust onraad. Je vrouw gaat in de overlevingsstand en dat trekt concurrenten aan.

Heeft dit iets met hardlopen te maken? Natuurlijk! Alles heeft met hardlopen te maken. Ook de crisis. Ten eerste is hardlopen tamelijk conjunctuur ongevoelig. Het vraagt geen grote investeringen en er is altijd natuur waar je het kunt doen. Als je door de crisis meer tijd krijgt kun je die het best vullen met hardlopen. Je raakt er je energie door kwijt, maar wordt er tegelijkertijd vrolijker van. Je komt nog eens een verdwaasde hongerige eekhoorn tegen of dampende zwarte koeien die op een houtje staan te bijten. Als je alleen gaat lopen of met vrienden vermijdt je het gezeur over het dreigende tekort in de huishoudportemonnee en kun je, al scheten latend, je sterke verhalen delen. Maar ook moeder-de-vrouw moet de wei in worden gestuurd. Je wil tenslotte niet dat zij gaat flaneren op rijke plekken terwijl jij met je vrienden op pad bent. Zweetlucht overstemt het vrouwelijke crisislokhormoon en de meeste loopkleding is niet echt uitdagend voor ‘sterke’ mannen. Aansluitend is ze vrolijk en zeurt minder, maar ook te moe om nog de deur uit te gaan.

Ja, de crisis gaat je behoorlijk tussen de oren zitten. Je hoofd zit vol met rampscenario’s en – indien je gezegend bent met een dosis fantasie – krankzinnige en ludieke oplossingen. Ik loop letterlijk al een tijdje verdwaasd rond op zoek naar iemand die me apenootjes aanbied. Mijn mannelijke hormonen maken overuren. Ik wil me trainen en voeden om sterk te zijn, goed te ruiken en om in de smaak te vallen. Maar dan moet ik weer niet gaan rennen, omdat het daar niet gebeurt.

Oef, wat een crisis!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten