Om van hardlopen te blijven genieten moet je vooral en met regelmaat trots zijn op je eigen presteren. Dat houdt de moed erin en zorgt ervoor dat je na een zware training of wedstrijd genoeg durf overhoudt om het de volgende dag weer te proberen. “Het was zwaar, mijn lijf doet zeer en ik ben moe, maar ik heb het toch maar mooi weer gedaan. Ik ben trots op mijzelf”, vertel je jezelf dan. Liefst hardop en in het bijzijn van je dierbaren, die dat dan weer kunnen bevestigen; “Trots mag je zeker zijn. Goeie tijd zeg. Ik zou het niet kunnen.” Op ons hobbyniveau ontbreekt de pers en het publiek om lovend over je prestaties te berichten en luid je naam te roepen bij wedstrijden. Maar sommige loopwedstrijden verzorgen tegenwoordig startnummers met je voornaam om je te helpen ontkomen aan een puur persoonlijke egostreling door het publiek erbij te betrekken. Het werkt. Het is heerlijk om als je puffend en tobbend langs komt rennen door wild vreemden je naam te horen roepen. “Klasse Marc ziet er goed uit joh, nog een klein stukkie!”. Je geloofde al in jezelf, maar nu echt! Ja, dan kan je een hele vent voelen.
Je voelt je een hele vent als je binnen de anderhalf uur een wedstrijd over 20 kilometer rent. Totdat je naar het WK atletiek kijkt en beseft dat snelwandelaars met hun onooglijke waggelende eendentred het sneller doen. Je voelt je een hele vent als je goed getraind, soepel en ergonomisch bewegend in een moderne ademende outfit en verse schoenen een marathon aan het lopen bent. Totdat je halverwege wordt ingehaald door een wild bewegende Quasimodo met jeukende aambeien in een stinkend katoenen Zevenheuvelenloop 1983 T-shirt en schoenen uit hetzelfde decennium. Je voelt je een hele vent als je in juli en augustus steeds voorop loopt bij de trainingen. Totdat iedereen van vakantie terug is en je weer anoniem opgaat in de middenmoot. Je voelt je een hele vent als je trots met een wit vel terugkeert van een vakantie waarin je veel hebt gelopen omdat daar het weer zo mooi voor was (wolken en regen). Totdat je Gerard in korte broek ziet en beseft dat witter dan wit bestaat.
Tsja…. loopervaringen uit de vakantie daar kan je mee aankomen tijdens trainingen. Elke verplicht beleefde vraag naar je vakantie-ervaringen kun je beantwoorden met prachtige heroïsche verhalen over de extreme trainingen die je hebt gedaan. Ik heb ze weer veel gehoord dit jaar. “Kilometers om moeten lopen in een verzengende hitte van 45° c., maar toch doorgaan. Twee uur onderweg geweest langs de mooiste plekjes die je anders nooit ziet!” “Heuvels met stijgingspercentages van minstens 45° waar de lokale ezeltjes nauwelijks naar boven komen, maar het ging me moeiteloos af!” “We zaten in de bergen op 3500 meter hoogte, maar daar merkte ik tijdens het intervallen helemaal niets van. Heerlijk al die nieuwe rode bloedlichaampjes!” “We zijn in Afrika geweest; komt er zo’n cheeta achter me aan, maar ik schakel een tandje bij en loop zo bij hem weg!” “Als je denkt dat de teken hier erg zijn dan moet je eens naar Oostenrijk gaan. Na elke training moest ik er minstens tien met kop en lijf uit mijn huid rukken. Maar dat stopte me niet om de volgende dag weer te gaan!”
Heerlijk al die verhalen. Blijf ze vooral vertellen. In ons eigen hoofd zijn we heel wat. Blijf dat vooral geloven. Het maakt de maanden na de zomer de beste tijd voor het trainen bij Arena.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten