Mijn zoontje van twee (Max voor de insiders) is heel dapper. Vooral overdag, “als het weer licht is, pappa”. Hij jaagt, als ware hij Siegfried zelve, met zijn plastic zwaardje op monsters en draken. Zijn fantasie is ongetwijfeld gevoed door Nickelodeon, Jetix en diverse PS spelletjes (ja, wij zijn dat soort ouders!). Maar ’s nachts, “als het weer donker is , pappa”, dan nemen de monsters en draken kennelijk andere vormen aan. Met een ijselijke schreeuw hoor ik hem dan wel eens ten onder gaan tegen zo’n gedrocht. Even zijn handje vasthouden is voor Max meestal genoeg om de grillige dromen in zijn kleine hoofdje weer tot bedaren te brengen.
Zijn vader van drieënveertig, ik dus (Marc voor de insiders), is niet dapper. Voor Max kan ik dat heel goed verbergen. Er moet voor hem immers een held zijn, die hem onvoorwaardelijk terzijde staat in bange tijden. Ik ben niet dapper en daarom ben ik gaan hardlopen. In plaats van met wapens de strijd met mijn monsters en demonen aan te gaan, wil ik keihard en kilometers lang kunnen wegrennen. Monsters, draken en andere demonen verplaatsen zich met snelheden tot 15 km/uur (heb ik opgegoogled). Ik moet dus sneller zijn. En niet alleen over een klein stukkie. Je schudt die krengen niet zo gemakkelijk af. Mijn handje vasthouden helpt al jaren niet meer.
Theehuis De Mossel ligt midden in een werkelijk prachtig natuurgebied tussen Ede en Otterlo. Zodra het weer een beetje aardig wordt, meestal eind mei, gaat dit theehuis open voor dorstige fietsers en wandelaars (http://www.fietsen.123.nl/routemosselplwambuis.htm). In de winter 2004/2005 volgt de eigenaar, een ‘small business’ ondernemer in de dop, een marketingcommunicatie cursus. Naar eigen zeggen om de RSI-achtige kwaaltjes aan zijn polsen (we zijn tegenwoordig niet meer gebouwd voor het oeroude ambacht van theeschenker) rust te gunnen………. en om , ook niet onbelangrijk, het resultaat van het theehuis te gaan verbeteren (2004 was geen best jaar). Een paradoxaal besluit, maar er moeten meer kopjes thee geschonken worden.
Het is eind mei 2005 en ‘iemand’ heeft monsterachtige verschijning gezien op een heideveld bij Ede. Alle toonaangevende kranten en Sascha de Boer maken er melding van. Het moet dus wel waar zijn. De deskundigen analyseren alle kenmerken van het monster en determineren ‘hem’ als een poema. Geen echt monster, maar we kunnen beter even niet de hei op (veel management teams zijn in deze periode in de problemen gekomen). Er blijkt, god zij dank, een stichting Pantera te zijn om ons uitleg te geven over het doen en laten van een poema. De jacht op de ‘mountain lion’ wordt geopend. Ouwehands Dierenpark wil wel als AZC functioneren, mocht de poema zich niet meer veilig voelen in zijn bergloze territorium.
Op 18 juni 2005 lijkt het of een van mijn boze dromen uitkomt. De monsterachtige poema is nog steeds niet gevangen, maar wordt nog steeds door ‘iemand’, met verrassend regelmatige intervallen, gesignaleerd. Ik doe samen met mijn vrouw van negenentwintig (Carina voor de insiders) mee aan de Groot Ginkelse Loop te Ede. Ruim tien kilometer rennen door het territorium van een, nu wel heel, nerveus opgejaagd monster. Ik breng Max naar oma. Max zegt,” ik ga met oma naar de kinderboerderij en jij gaat hardlopen”. Ik kijk hem in zijn bruine ogen en zeg dapper, zonder hem een spoortje van mijn angst te laten zien (ik wil een goede vader voor hem zijn). “Ja, pappa gaat hardlopen in het bos”.
Het is heet, die 18e juni, aan de start. Er spookt van alles door mijn hoofd. “Als ik ‘hem’ tegenkom, blijf ik dan staan of loop ik hard door?” en “valt een poema onder de categorie monster en is hij daarmee niet sneller als 15 km/uur?” en “Heb ik hard genoeg getraind om deze 10 km. met een snelheid boven de 15 km/uur te lopen?”. Het gaat hier tenslotte om mijn levensbehoud. Ik heb om het beest gunstig te stemmen voorzorgshalve mijn oranje Puma loopschoenen aangetrokken. Ik heb mij bij aankoop reeds laten verzekeren dat er geen dierlijke materialen (lees: poema’s) in verwerkt zijn, en dat ze ook niet in een lab op poema’s zijn getest. Dapper (Max leest dit vast ook ooit nog eens) loop ik naar de startstreep. Ongewapend, slechts in ademende kunstvezels gehuld, ga ik mijn boze droom tegemoet. Door bossen en heide. Prachtige fietspaden en mulle zandwegen. Na ongeveer 5 kilometer, bij Theehuis De Mossel, is er een drankpost. Bekertjes water en natte sponsen verfrissen de verhitte lopers. Het terras aan beide zijden van het pad is meer dan bomvol. Een man met de uitstraling van een ‘small business’ ondernemer loopt met een grote grijns op zijn gezicht de theekopjes bij te vullen. Mijn ogen vallen op de mooie grote koperen theeketel en de leren manchet om de rechterarm van de man.
Mijn aandacht is weer bij de loop en elk bosje langs het pad. “Ga ik ‘hem’ zien en, belangrijker nog, gaat hij mij niet zien?” Naar mate kilometers vorderen wordt ik rustiger. Evenals mijn tempo. Die 15 km/uur tijdens de eerste angstige kilometers kon ik nog wel volhouden. Angst is dus toch een goede motivator. Maar toen ik dacht dat ik ‘hem’ toch wel niet meer tegen zou komen, of eigenlijk toen het me van ellende niet meer uitmaakte of ik ‘hem’ zou tegenkomen, ging de fut eruit. Uiterlijk onbeschadigd passeer ik de finish. Geen heel goede tijd of een medaille, maar wel een overwinning. Een overwinning op mijzelf… en weer een beetje dapperder. Max kan weer trots zijn.
De goedge(thee)mutste ‘small business’ ondernemer toetst met links (rechts is te pijnlijk van al het theeschenken) het nummer van het Gemeentehuis in Ede in. Hij vraagt naar de Burgemeester. “Heb jij je diploma van de marketingcommunicatie cursus ook al ontvangen?, vraagt hij de Burgemeester. “ Ja, je kan wel zeggen dat ons gezamenlijk afstudeerproject POEMA op elke doelstelling heeft gescoord. De gemeente Ede staat weer op de kaart. Iedereen kan ons weer vinden.” De man met de leren manchet schatert. “Het fantoom is goed geweest voor heel veel kopjes thee”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten