Niet verder vertellen maar vanuit Rhenen start elk jaar in februari een marathon over de glooiende bospaden van de Utrechtse Heuvelrug. Weinigen weten ervan en dat houden ze, een geheim genootschap van organisatoren, graag zo…….. omdat het een ‘wilde’ marathon is; gedoogd door de bosgoden en -eigenaren en gehuld in vochtige mistige geheimzinnigheid voor het grote publiek. Omdat ik een neus heb voor wild heb ik er lucht van gekregen. En dat is nu twee jaar geleden. Omdat ik dat ‘wilde’ echt wilde heb ik nu twee keer meegedaan.
Hoe ziet zo’n dag eruit? Koffie om mee te beginnen en soep om mee af te sluiten; en tussendoor ruim 4 uur onder begeleiding in een groep door het bos op en neer hollen. Meer is het niet. Maar dat zou de organisatoren enorm te kort doen; op vele manieren is het zoveel meer dan een ‘tamme’ marathon. De marathon – voor de leken een loop over 42,195 kilometer – is een ontzag inboezemende uitdaging, maar dat ‘wilde’ ervoor maakt het helemaal spannend. Want waar staat dat ‘wilde’ eigenlijk voor?
Betekent het dat je tenminste een halve wilde moet zijn voor je aan deze marathon kunt meedoen? In mijn geval zou dat zeker kunnen kloppen. Niets is leuker dan het rennen als een wild spel te beschouwen en je, al rauzend, door het bos te bewegen. Veel tempowisselingen; sprintjes bergop enzovoorts. In je hoofd zingen the Trogs; “Wild thing….. you make my heart sing……. You make everything….. groovy……wild thing” en je schakelt nog een tandje bij. Maar op die manier hou je het geen dikke 42 kilometer vol. “Wilde” moet ook nog een andere betekenis hebben.
Sean Penn’s briljante film ‘Into the Wild’ vertelt het verhaal van Alexander Supertramp een begenadigd student, die na zijn studie afscheid neemt van het systeem van materialisme en van de gekte van prestatiedrang. Hij stort al zijn geld op de rekening van een hulporganisatie en trekt op de bonnefooi de wereld in. Met uiteindelijk het doel om verlaten van iedereen een tijd in de wildernis van Alaska door te brengen. Wil deze wilde marathon bij zijn deelnemers het gevoel van Alexander Supertramp losmaken…… het gevoel van volledig op jezelf en de natuur aangewezen zijn? Het zou zo maar kunnen. En het komt ook heel dichtbij. Maar de andere lopers en verzorgingsposten verstoren het beeld en de beleving. Er moet meer achter het woord ‘wilde’ schuilen.
Sinds het programma ‘So you think you can dance’ ben ik een groot fan van hip hop dansen. Om naar te kijken weliswaar. Mijn achtenveertigjarige atletische vermogen is beperkt tot het ene been voor het andere zetten. Complexer moet het niet worden. Hip hop dansen is wild en veelzijdig, maar vraagt om een enorme lichaamsbeheersing. Goed uitgevoerd is het een dynamisch en esthetisch genot om naar te kijken. Het doet me verlangen naar de dingen van het leven nog een keer over te mogen doen, maar dan in deze tijd. Dan was ik zeker en vast danser geworden. Dus wild is esthetisch. De wilde marathon ook. Het is schoonheid én kunst tegelijk. De verrassende schoonheid van de natuur zo dicht bij huis en de kunst van het lopend één worden met je omgeving.
“Wild” is hier ook een fantoomverschijnsel. Je ervaart het wel, maar het is er eigenlijk niet. Het karakter van de loop is; een aantal mensen die samen op een zaterdagmorgen een duurloop doen. Niks georganiseerde marathon, want dat zou meteen verboden worden. Tenzij je aan allerlei typische Nederlandse regeltjes wil voldoen. Maar dat haalt meteen de charme uit het hele gebeuren.
Een wilde marathon zorgt voor spelen en rauzen als een kind; voor loskomen van alles wat moet; voor schoonheid en kunst en voor mystieke ervaringen. Volgend jaar kies ik weer voor deze spirituele tour de force.
Nieuwsgierig naar hoe die marathon heet? Ik mag niets vertellen anders wordt ik uit het geheime genootschap verstoten, maar de naam is ………….denk aan hoog boven anderen verheven, met je voeten los van de vloer een korte verstikkende laatste ervaring opdoen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten