
Het zal ergens in november 2008 geweest zijn. Op een vrijdagavond. Het was laat – na twaalven – en ik had een fles wijn op. Prima moment op aan sport te denken. Eerder die maand had ik de marathon van Terschelling gelopen en onderweg van dat eiland genoten. Ik werd kort daarna bewust gemaakt van een ander eiland, Texel. “Daar rennen ze ook en wel om de twee jaar; op tweede Paasdag 60 kilometer rond het eiland”, werd mij verteld. Intuïtief zoek ik die avond de website van de Zestig van Texel om daar de uitnodigende mededeling aan te treffen dat zojuist, om 00.00 uur, de inschrijving voor deze loop was geopend. Gevoed door het laatste beetje Terschellingse adrenaline en Italiaanse wijn klik ik op ‘inschrijven’ en begin het formulier in te vullen. Bij de knop ‘bevestigen’ aarzel ik een fractie van een seconde, maar laat dan mijn wijsvinger gedecideerd neerdalen op de linker muisknop. Ik ga in april 60 kilometer lopen.
Boven, in de hal tussen slaapkamer en badkamer, vertel ik Carina van mijn beslissing. “Ik heb zojuist iets heel geks gedaan” Ik neem een kleine pauze om haar eerste reactie in te schatten en de actie goed te vertellen. “Ik heb me ingeschreven voor de 60 van Texel.” Aangezien ze geen enkele vooraankondiging had ontvangen is de verbazing groot. Het wijnniveau in mijn peilglaasje is hoog en ze ziet wijselijk van verdere discussie af. Ik ook, want het is al laat en mijn voorbereiding is zojuist gestart. De volgende dag zoek ik op het internet naar een parcourskaartje, maar kan dat niet vinden. “Het is maar 18 kilometer meer dan een marathon,” denk ik; “dat moet wel lukken met een beetje extra training”. Later hoor ik en zie ik ook op nieuwe site van de Zestig van Texel – enigszins tot mijn schrik - dat het parcours eerst 35 strand- en duinkilometers telt en daarna nog 25 kilometer oneindige waddendijken en boerenweggetjes. “De laatste 25 kilometers zijn, ondanks verhard en vlak, het zwaarst. Komt geen eind aan. Oersaai!” zo wordt mij verteld.
Na de marathons van Amsterdam en Terschelling loop ik een aantal halve en twee hele marathons als voorbereiding in de wintermaanden. En heel veel duurloopkilometers in de weekeinden. Tijdens de Februariloop in Bennekom heb ik de omstandigheden van Texel geprobeerd te benaderen. Eerst de wedstrijd over 20 kilometer (waarvan 12 km al crossend door het bos) in wedstrijdtempo. Direct daarna droog shirtje aan en over de weg de 13 kilometer rustig naar huis gelopen. Lange, saaie wegen door het Binnenveld. Mentaal behoorlijk pittig. Ik was er blij om weer thuis te zijn.
De dag zelf. Tweede Pasdag. Schitterend weer. Zonnig en bij de start een graad of 10. Bij aankomst op de startlocatie zie ik Jeffry zojuist zijn keerpunt maken. Hij had de eerste 60 km erop zitten en mocht zich verheugen op de tweede helft van zijn race over 120 kilometer. Hij zag er nog fris uit. “Succes straks!” roept hij me toe, “het strand is mul en zwaar”. Iets om naar uit te kijken dus. Bij het insmeren van tepels, benen en huidplooien met vaseline komt ook Eite het kleedgedeelte binnen lopen. Voortbordurend op ons treffen een dag eerder wisselen we nog wat strijdplannen met elkaar uit. Over het rustig starten bereiken we consensus; om hem vervolgens na het startschot er vandoor te zien gaan.
Het eerste gedeelte van het parcours loopt van de veerboot langs de Mokbaai naar de De Hors, een grote zandplaat aan de zuidkant van het eiland. Een waar maanlandschap van mul zand, waar het ploegen is voor de hardloper die dan nog zo’n 55 kilometer voor zich heeft. Na 8 kilometer bereik ik de vloedlijn, die zijn eerste aanstalten maakt om naar status eb te gaan veranderen. Het wordt iets makkelijk, maar kilometer 12 ben ik toch blij als ik weer asfalt onder mijn voeten heb. Inmiddels heb ik me aangesloten bij twee andere lopers en denderen we gezamenlijk in een lekker tempo richting finish die nog ver weg lijkt. Na zes harde vlakke kilometers door het bos mogen we weer het strand op waar de eb inmiddels een mooie vlakke harde zandlaag heeft achtergelaten. Wind in het gezicht verder in noordelijke richting. Al snel krijg ik de contouren van Eite in zicht. De trojka waarin ik loop zet de achtervolging in en ik ben blij als ik Eite bij kilometer 26 kan vragen hoe het hem vergaat. Echt wachten op zijn antwoord deed ik niet. Mijn twee kompanen hielden hun tempo vast en ik wilde mee. Richting vuurtoren. Nog 7 kilometer door duinen met vervelende klimmetjes (na 30 km is alles vervelend) in noordelijke richting en dan langs de oostkant het eiland weer naar beneden lopen.
Even was ik mijn loopmaatjes kwijt. Iets meer tijd doorgebracht bij een drankpost. Veel cola drinken en sportdrank en water; en bananen eten. Alles wat je maar binnen kunt krijgen. Maar bij het opgaan van de waddendijk had ik er een weer te pakken. De gezelligste prater van de twee, dus dat kwam goed uit. Hij zorgde voor veel afleiding op de langste kilometers van de loop. Eindeloze dijken en polderwegen langs wad, gras en vooral veel schapen. Soms ging ik wel even een 10 meter achter hem lopen. Dan werd zijn geklets me teveel. Warm werd het ook. Zon vol in het gezicht en een klein windje in de rug.
Ik passeer een lullig klein bordje in de berm. Blijkt het marathonpunt te zijn. Even op mijn klokje kijken. 03:40 uur. “Niet slecht,” denk ik. Het werd zwaarder en zwaarder. Oosterend en Oudeschild worden gepasseerd. De kilometer aanduiding gaat ineens van om de 5 naar naar om de 1 kilometer. De laatste 5 kilometer zijn aangebroken. Jammer dat die over De Hooge Berg gaan. De enige heuvel op Texel. Met 55zware kilometers in de benen is klimmen een hele opgave. Uiteindelijk hoor ik de speaker bij de finish en begin me echt te verheugen op het einde. Carina en Max weer zien. Mijn schoenen uit. Ze wachten me op en ook Jeffry staat aan de finish. Niet lang daarvoor heeft hij zijn 120 kilometer afgerond.
Ik finish tevreden en met een brede glimlach na 5 uur en 20 minuten. Mijn poten doen ineens enorm zeer. Ik ga liggen in de berm tussen andere lopers die zich even uitgeput voelen als ik. Max haalt een kop warme soep. I did it!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten