woensdag 6 maart 2013

Als je op je levensweg de afslag trail neemt

Laat ik de toon zetten met iets feminiens: een gedicht The Road Not Taken van Robert Frost (1874-1963). En voor de ongeduldige stoere mannen onder ons; het gaat om de laatste strofe. 

Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
 To where it bent in the undergrowth;

 Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim
Because it was grassy and wanted wear,
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same,

And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I marked the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way
I doubted if I should ever come back.

I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I,
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.

Toen ik dertien jaar geleden als een verliefde plofhaan zonder kop met hardlopen begon, kon ik niet bevroeden waar die beslissing allemaal toe kon gaan leiden. Mijn eerste highlight destijds was om, na drie kilometer rennen, hangend in een taxushaag mijn, kort daarvoor genuttigde, boterhammen met pindakaas uit te kotsen. Ik had, bijna bezwijkend onder mijn eigen gewicht, besloten achter mijn nieuwe liefde aan te rennen. Die eerste resultaten waren vanuit elk perspectief niet fraai. En dat vond de eigenaar van de tuin achter de haag ook . Maar ja, je bent een vent, je hebt je besluit genomen en je zet door.

Mijn masculine kant was toentertijd prominent aanwezig en werd gevoed en gestreeld door de wereld waarin ik werkte en de positie die ik daarin bekleedde. Een intens gedreven no-nonsense ‘macher’; altijd voor de troepen uit. Door alle daarbij behorende stress en het vreten en zuipen werd ik uiteindelijk de ongelukkige plofhaan, die besloot zijn leven om te gooien. Hardlopen ging me daarbij helpen. Een nieuwe weg achter mijn nieuwe liefde aan, mijn nieuwe leven in. Als gezegd, een mooi besluit.

Over alle geasfalteerde wegen en geplaveide paden die ik sinds die tijd onder mijn loopschoenen heb door laten gaan wil ik het hier niet hebben. Natuurlijk, ze zorgden voor plezier en persoonlijke records. Je kwam weer eens in een andere stad of dorp. Maar waar je ook komt in Nederland, de urban jungle is gestructureerd en gecultiveerd en biedt nauwelijks nuances in schoonheid. En rennen op asfalt zorgt ook voor ‘ziek zijn van 6 seconden te langzaam op een marathon’ of ‘vorig jaar liep ik hier nog 15 seconden sneller’ en dergelijke flauwekul. Small stuff voor de hobby sporter. Pietluttige elementjes die wel passen in, maar niets bijdragen aan, een vervuld leven. We doen het vanwege de meetbaarheid van deze prestaties in een streven naar streling en beloning van de eigen eerzucht. “Eerzucht is het laatste toevluchtsoord van de mislukkeling”, zei Oscar Wilde al.

Nee, laat ik het hebben over de “road less traveled that made all the difference” van Frost. Niet platgetreden, maar “Grassy and wanting wear”. En hoe die weg onbewust eigenlijk mijn hele leven al gelokt heeft. Onbekend is geen naam heeft en niet bij een geplande en zorgvuldig van te voren uitgestippelde levensweg hoort. Die weg heet sinds een aantal maanden TRAIL en die neem ik nu steeds.

Ik weet niet hoe het met u is, maar ik heb met de meeste mensen helemaal niets. Sommigen daarvan kan ik verdragen als het moet. En vaak moet het. Anderen vind ik buitengewoon vervelend en storend. Mensen worden me al snel te veel. Vroeger droomde ik van een leven op een boerderij in Montana. Om je heen eindeloze prairies en bergtoppen aan de horizon; alleen op een paard mijn koeien een beetje bij elkaar houden. De dichtstbijzijnde buurman op een halve dag reizen afstand.

Een trail is een ‘road less traveled’; eentje waar je weinig, hopelijk geen, mensen tegenkomt. Omdat het als te lastig ervaren wordt. Te smal, te steil, te nat, te modderig, te rotsachtig, te mul, etc. etc. De natuur heerst hier. En ik onderwerp me daar graag aan. Een trail ren je alleen of met mensen die je juist wel goed om je heen kunt verdragen. In mijn geval; non-conformistische mensen die schoonheid willen en kunnen beleven.

De afslag TRAIL is geen gemakkelijke, maar zo ontzettend de moeite waard.

donderdag 1 juli 2010

Gladiatoren in Limburg


Het is zondag 27 juni 2010 (17:00 uur) en ik moet denken aan Spartacus. Door de Romeinen gevangen genomen en als gladiator vechtend voor een beloofde vrijheid en een weerzien met zijn vrouw. Spartacus traint met andere gladiatoren onder een allesverzengende zon om zich klaar te maken voor gevechten in de Arena van de stad Capua. De mannen zijn bezweet en bedekt met stof. Maanden heeft het al niet geregend en de Romeinen doen alles om de goden gunstig te stemmen. Spartacus is sterk en lijkt onoverwinnelijk. Als hij uiteindelijk het kampioensgevecht van Capua wint – en al vele koppen door het zand en zaagsel heeft laten rollen – trekt de hemel eindelijk dicht en begint het onbedaarlijk te regenen. De goden zijn tevreden.

Het is zondag 27 juni 2010 (06:00 uur) en ik rijd, samen met 15 andere Arena leden, naar Vaals. Er zijn twee teams aangemeld voor het lopen van 7 zware etappes tussen Vaals en Venlo. Als je niet loopt dan fiets je met een andere loper mee om de weg te wijzen. De zon is al op en het beloofd een mooie, warme dag te worden. Na een korte leiderschapsstrijd op de A15 (richting A2 Eindhoven) wordt er gekeerd en voor de nieuwe weg lang Venlo en Roermond gekozen. Ik ben tevreden met deze winst en pak een beker heerlijke koffie (van Ria) aan. Net als de anderen gebruik ik de twee uur naar Vaals voor wakker worden en wennen aan het idee dat we straks door het heuvelige Limburgse land aan het rennen zijn. Bij 30° + en een onbewolkte lucht.

Het is zondag 27 juni 2010 (11:00 uur) en ik tik de hand van de derde loper (Eite) in ons team aan. Vervolgens zoek ik de schaduw en water op. Na bijna 14 kilometer door de heuvels heb ik het kookpunt bereikt. Een fietser (Johannes) flitst voorbij en sluit zich bij Eite aan. Fietser twee ontbreekt. Samen op weg voor etappe 3. Beide heren zijn fit en transformeren de etappe van 17,4 km in het routeboek naar 19 kilometer in de werkelijkheid. Hun verlangen om langer in de verschroeiende zon actief te zijn is kennelijk groot. Ook nr. 3 levert een grootse prestatie. Vooral omdat hij zijn aversie tegen hitte heeft kunnen omzetten in een mooie tijd. Ik koel wat af en stap op de fiets om loper nummer 4 (Carina) te begeleiden. De zon staat inmiddels op zijn hoogst en veel schaduwbiedende bomen komen we niet tegen onderweg. Vanaf de fiets zie ik mijn vrouw, nog steeds wonderschoon en lieftallig, een kleur rood aannemen die groot gevaar doet vermoeden. Maar ze vecht door.

Het is zondag 27 juni 2010 (13:00 uur) en ik schrik. “Daar zijn jullie eindelijk. Net op tijd. We hebben de fietsen nodig!” De laatste energie wordt in een klap uit loper 4 geslagen; ze finisht en stort ter aarde. Elders wordt de fiets onder mijn kont vandaan getrokken. Het kon niet anders. Na 4 etappes is er een herstart. De tijdsindeling was voor onze teams ongunstig. Een pauze op het lommerrijke voetbalveld van St. Joost werd ons niet gegund. Enfin. Loper 5 (Johannes) is weg voor zijn 17 kilometer. De fietser met lichte vertraging erachteraan. De twee vinden elkaar, maar niet altijd de juiste weg. Ook nu maakt Johannes er een langere etappe van. Maar hij is niet blij. Sterker nog; hij is witheet. De fietser moet het, na een minne streek, zwaar verduren. Johannes houdt niet van water. En het is heet in Herkenbosch. Snoeiheet.

Het is zondag 27 juni 2010 (16:25 uur) en ik zie plotseling loper 6 om de hoek stuiven. Dat kan alleen maar Renée zijn. We tikken elkaar aan en ik ben weg voor mijn tweede etappe die dag. Naar de finish in Venlo. Maar waar zijn mijn fietsers? Onderweg regel ik het een en ander en uiteindelijk gaan we gedrieën (Eite en Ria) verder. Nooit geweten dat er boomgaarden in Noord-Limburg zijn. Maar dat het heet is tussen die kleine boompjes weet ik nu wel. Ik laat me afleiden door de gesprekken tussen Ria en Eite. En heb verder zo mijn eigen lucide dromen. Ingegeven door de felle zon en de warmte. Een enkele keer stokt het en moet ik een paar minuten de fiets pakken. Mijn hartslag kan weer wat dalen. Daarna loop ik weer verder. Vals plat over een stoffige weg richting Venlo. Het lijkt de vloer van een Romeinse Arena wel.

Het is zondag 27 juni 2010 (18:30 uur) en ik moet weer denken aan Spartacus. Met mijn gegeselde lijf sta ik onder de douche. Zoals de regen neerdaalde over Capua valt nu het verkwikkende douchewater over mij heen. Als een gladiator heb ik – net als de anderen – mijn gevechten in een verzengende hitte geleverd. De goden zijn met mij. Ik heb gewonnen; het overleefd om het te kunnen navertellen.

vrijdag 11 juni 2010

De bevrediging van falen


Diep was het zwarte gat waarin hij verdween na jaren op het hoogste niveau gepresteerd te hebben. Iets te lang was hij doorgegaan met zijn carrière. Van ophouden wist hij niet; ook al kreeg hij van steeds meer mensen het predikaat ‘over de houdbaarheidsdatum’ en zelfs ‘zielig’. Hij ging door omdat hij niks anders kon. Een ander leven kon hij zich simpelweg niet voorstellen. Ondertussen liep zijn zelfbeeld flinke deuken op. Maar van wijken wilde hij niets weten. Tot hij gedwongen werd te vertrekken. Het was over; men moest hem niet meer. Het zwarte gat kwam dan ook met een grote knal en was onherroepelijk.

Hij vertoonde zich niet meer. Schaamde zich en voelde zich bovenal nutteloos en overbodig. Al zijn tijd bracht hij door op de bank met de afstandbediening in zijn hand. Zijn apathie groeide, net als het haar op zijn gezicht, met de dag. Hij wentelde zich in zijn leed en begreep zichzelf en de wereld niet meer. Volledig isolement dreigde. Na bijna een jaar nauwelijks buiten geweest te zijn laat hij zich verleiden door een oud-collega om eens wat te gaan drinken samen. De afstandbediening in zijn hand wordt vervangen door een glas. De bank verruilt door een barkruk.


In de roes van alcohol bouwt hij vriendschappen op met soortgenoten. Mannen die het even niet meer weten. Mannen die hun vastigheid kwijt zijn en niet meer uitgedaagd worden hun talenten te tonen. Het niveau van hun ‘jeugd’ wordt niet meer gehaald. De lat ligt te hoog. Hij is populair bij zijn kroegvrienden. Onder invloed is hij vrolijk en vertelt mooie verhalen uit zijn verleden. Zijn humor is recht door zee, schokkerend en zwart. Een reflectie van hoe hij zich werkelijk voelt. Hoe hij zichzelf ziet. Hij lacht om niet te hoeven huilen.

Jaren leeft hij zo van zijn spaarcenten. In zijn hoogtij dagen verdiende hij veel. Hij leefde voor zijn carrière en maakte destijds weinig op. Dat kwam hem nu goed uit. Hij was geliefd in de stad en in het uitgaansleven. En werd voor vele feestjes gevraagd. Met veel humor ongezouten zijn mening geven. Dat werd zijn handelsmerk. Hij lachte zelf het hardste mee en had een positieve invloed op de omgeving waarin hij verkeerde. De lach en waardering van anderen bevrijdde hem van zijn apathische houding. Van zijn nutteloze gevoel.

Zijn omgeving verandert. Niet langer verkeert hij tussen mannen die het leven als uitzichtloos ervaren. Hij hoort er weer bij. Ontmoet succesvolle mensen, maar ook waardevolle mensen. Hij trekt zich op uit het zwarte gat en krijgt weer zin in het leven. Hij begint te beseffen dat hij toch iets anders kan. Mensen entertainen met zijn verhalen. Hij wordt als geloofwaardig ervaren. Vroeger heeft hij immers een geweldige carrière gehad. Zijn mening is wat waard. Spreken is nu zijn vak en mensen betalen geld om naar hem te luisteren.


Honderd keer per jaar vertelt hij aan een publiek zijn verhaal en de wijze lessen die er uit te trekken zijn. Over het gebruiken van je sterke punten. Niet denken over hoe je problemen moet oplossen, maar over hoe je succes kunt kopiëren. En dat het leven je overkomt en je er maar het beste van moet maken. Dat dalen nodig zijn om de toppen te waarderen. Over succes en falen. Vooral over de beleving van falen gaan zijn verhalen; en je daarna weer oprichten. Achter zijn jolige optredens blijft echter een tobber schuil gaan. Een tobber die naar zijn eigen beleving meer faalt dan slaagt.

In zijn jonge jaren heeft hij gepiekt. Is de prestatiemeetlat heel hoog komen te liggen. Toen haalde hij zijn niveau en was een topper. Het inzetten van het verval deed hem in een zwart gat belanden. De meetlat bleef hoog en hij is er nooit meer bij in de buurt gekomen. Ondanks al zijn aangeleerd relativeringsvermogen heeft hij het nooit voor elkaar gekregen de meetlat naar beneden te halen, zodat hij de bevrediging van het slagen weer kon ervaren. Hij blijft zijn bevrediging zoeken in het falen. Hij kan niet anders. Voor zijn eigen gevoel is hij continue bezig zichzelf zo te positioneren dat falen het resultaat zal zijn. Zijn omgeving begrijpt hem niet. Zij leggen hem langs een heel andere meetlat en zien hem er steeds weer in slagen geliefd en succesvol te zijn. Naar hen luistert hij niet; zijn interne criticus wint elke discussie.

Hij is ook aan het sporten. Loopt een paar keer per week hard en geniet ervan. Hij gaat er helemaal voor. Voelt zich heerlijk na een afmattende training. Herkent het geluksgevoel uit zijn eerste carrière en raakt eraan verslaafd. Wat zijn werk hem nog niet kan brengen vindt hij in het hardlopen. Hij heeft er vrede mee. Zijn leven wint immers aan kwaliteit.

Af en toe neemt hij deel aan een hardloopwedstrijd. Het ontspannen karakter van een training wordt hier als vanzelf vervangen door de drang om anderen eens even te laten zien hoe goed hij (nog) is. De oude prestatiemeetlat wordt weer uit de kast gehaald en de loopwedstrijden eindigen in mooie eindtijden…………… maar ook met een gevoel van; ‘het had beter gekund of, weer geen PR of, de tijd was goed maar het gevoel slecht.” Altijd excuses, maar weinig genieten.

Na jaren is hij tot inzicht gekomen. Je moet jezelf niet positioneren voor falen, maar voor succes. Uit succes is meer bevrediging te halen dan uit falen. Als je aspiraties naar beneden bijstelt wordt de kans groter dat je slaagt. Als je helemaal geen aspiraties of verwachtingen hebt, dan is het resultaat altijd positief. Hij begint zijn werk als spreker en het lopen van wedstrijden nu weer leuk te vinden. Hij geniet van de ervaringen onderweg en……….. zijn prestaties zijn beter dan ooit. Hij houdt nu van zichzelf, zoals anderen al lang van hem hielden.

woensdag 17 maart 2010

60 van Texel


Het zal ergens in november 2008 geweest zijn. Op een vrijdagavond. Het was laat – na twaalven – en ik had een fles wijn op. Prima moment op aan sport te denken. Eerder die maand had ik de marathon van Terschelling gelopen en onderweg van dat eiland genoten. Ik werd kort daarna bewust gemaakt van een ander eiland, Texel. “Daar rennen ze ook en wel om de twee jaar; op tweede Paasdag 60 kilometer rond het eiland”, werd mij verteld. Intuïtief zoek ik die avond de website van de Zestig van Texel om daar de uitnodigende mededeling aan te treffen dat zojuist, om 00.00 uur, de inschrijving voor deze loop was geopend. Gevoed door het laatste beetje Terschellingse adrenaline en Italiaanse wijn klik ik op ‘inschrijven’ en begin het formulier in te vullen. Bij de knop ‘bevestigen’ aarzel ik een fractie van een seconde, maar laat dan mijn wijsvinger gedecideerd neerdalen op de linker muisknop. Ik ga in april 60 kilometer lopen.

Boven, in de hal tussen slaapkamer en badkamer, vertel ik Carina van mijn beslissing. “Ik heb zojuist iets heel geks gedaan” Ik neem een kleine pauze om haar eerste reactie in te schatten en de actie goed te vertellen. “Ik heb me ingeschreven voor de 60 van Texel.” Aangezien ze geen enkele vooraankondiging had ontvangen is de verbazing groot. Het wijnniveau in mijn peilglaasje is hoog en ze ziet wijselijk van verdere discussie af. Ik ook, want het is al laat en mijn voorbereiding is zojuist gestart. De volgende dag zoek ik op het internet naar een parcourskaartje, maar kan dat niet vinden. “Het is maar 18 kilometer meer dan een marathon,” denk ik; “dat moet wel lukken met een beetje extra training”. Later hoor ik en zie ik ook op nieuwe site van de Zestig van Texel – enigszins tot mijn schrik - dat het parcours eerst 35 strand- en duinkilometers telt en daarna nog 25 kilometer oneindige waddendijken en boerenweggetjes. “De laatste 25 kilometers zijn, ondanks verhard en vlak, het zwaarst. Komt geen eind aan. Oersaai!” zo wordt mij verteld.

Na de marathons van Amsterdam en Terschelling loop ik een aantal halve en twee hele marathons als voorbereiding in de wintermaanden. En heel veel duurloopkilometers in de weekeinden. Tijdens de Februariloop in Bennekom heb ik de omstandigheden van Texel geprobeerd te benaderen. Eerst de wedstrijd over 20 kilometer (waarvan 12 km al crossend door het bos) in wedstrijdtempo. Direct daarna droog shirtje aan en over de weg de 13 kilometer rustig naar huis gelopen. Lange, saaie wegen door het Binnenveld. Mentaal behoorlijk pittig. Ik was er blij om weer thuis te zijn.

De dag zelf. Tweede Pasdag. Schitterend weer. Zonnig en bij de start een graad of 10. Bij aankomst op de startlocatie zie ik Jeffry zojuist zijn keerpunt maken. Hij had de eerste 60 km erop zitten en mocht zich verheugen op de tweede helft van zijn race over 120 kilometer. Hij zag er nog fris uit. “Succes straks!” roept hij me toe, “het strand is mul en zwaar”. Iets om naar uit te kijken dus. Bij het insmeren van tepels, benen en huidplooien met vaseline komt ook Eite het kleedgedeelte binnen lopen. Voortbordurend op ons treffen een dag eerder wisselen we nog wat strijdplannen met elkaar uit. Over het rustig starten bereiken we consensus; om hem vervolgens na het startschot er vandoor te zien gaan.

Het eerste gedeelte van het parcours loopt van de veerboot langs de Mokbaai naar de De Hors, een grote zandplaat aan de zuidkant van het eiland. Een waar maanlandschap van mul zand, waar het ploegen is voor de hardloper die dan nog zo’n 55 kilometer voor zich heeft. Na 8 kilometer bereik ik de vloedlijn, die zijn eerste aanstalten maakt om naar status eb te gaan veranderen. Het wordt iets makkelijk, maar kilometer 12 ben ik toch blij als ik weer asfalt onder mijn voeten heb. Inmiddels heb ik me aangesloten bij twee andere lopers en denderen we gezamenlijk in een lekker tempo richting finish die nog ver weg lijkt. Na zes harde vlakke kilometers door het bos mogen we weer het strand op waar de eb inmiddels een mooie vlakke harde zandlaag heeft achtergelaten. Wind in het gezicht verder in noordelijke richting. Al snel krijg ik de contouren van Eite in zicht. De trojka waarin ik loop zet de achtervolging in en ik ben blij als ik Eite bij kilometer 26 kan vragen hoe het hem vergaat. Echt wachten op zijn antwoord deed ik niet. Mijn twee kompanen hielden hun tempo vast en ik wilde mee. Richting vuurtoren. Nog 7 kilometer door duinen met vervelende klimmetjes (na 30 km is alles vervelend) in noordelijke richting en dan langs de oostkant het eiland weer naar beneden lopen.

Even was ik mijn loopmaatjes kwijt. Iets meer tijd doorgebracht bij een drankpost. Veel cola drinken en sportdrank en water; en bananen eten. Alles wat je maar binnen kunt krijgen. Maar bij het opgaan van de waddendijk had ik er een weer te pakken. De gezelligste prater van de twee, dus dat kwam goed uit. Hij zorgde voor veel afleiding op de langste kilometers van de loop. Eindeloze dijken en polderwegen langs wad, gras en vooral veel schapen. Soms ging ik wel even een 10 meter achter hem lopen. Dan werd zijn geklets me teveel. Warm werd het ook. Zon vol in het gezicht en een klein windje in de rug.

Ik passeer een lullig klein bordje in de berm. Blijkt het marathonpunt te zijn. Even op mijn klokje kijken. 03:40 uur. “Niet slecht,” denk ik. Het werd zwaarder en zwaarder. Oosterend en Oudeschild worden gepasseerd. De kilometer aanduiding gaat ineens van om de 5 naar naar om de 1 kilometer. De laatste 5 kilometer zijn aangebroken. Jammer dat die over De Hooge Berg gaan. De enige heuvel op Texel. Met 55zware kilometers in de benen is klimmen een hele opgave. Uiteindelijk hoor ik de speaker bij de finish en begin me echt te verheugen op het einde. Carina en Max weer zien. Mijn schoenen uit. Ze wachten me op en ook Jeffry staat aan de finish. Niet lang daarvoor heeft hij zijn 120 kilometer afgerond.

Ik finish tevreden en met een brede glimlach na 5 uur en 20 minuten. Mijn poten doen ineens enorm zeer. Ik ga liggen in de berm tussen andere lopers die zich even uitgeput voelen als ik. Max haalt een kop warme soep. I did it!

Call of the wild

Niet verder vertellen maar vanuit Rhenen start elk jaar in februari een marathon over de glooiende bospaden van de Utrechtse Heuvelrug. Weinigen weten ervan en dat houden ze, een geheim genootschap van organisatoren, graag zo…….. omdat het een ‘wilde’ marathon is; gedoogd door de bosgoden en -eigenaren en gehuld in vochtige mistige geheimzinnigheid voor het grote publiek. Omdat ik een neus heb voor wild heb ik er lucht van gekregen. En dat is nu twee jaar geleden. Omdat ik dat ‘wilde’ echt wilde heb ik nu twee keer meegedaan.

Hoe ziet zo’n dag eruit? Koffie om mee te beginnen en soep om mee af te sluiten; en tussendoor ruim 4 uur onder begeleiding in een groep door het bos op en neer hollen. Meer is het niet. Maar dat zou de organisatoren enorm te kort doen; op vele manieren is het zoveel meer dan een ‘tamme’ marathon. De marathon – voor de leken een loop over 42,195 kilometer – is een ontzag inboezemende uitdaging, maar dat ‘wilde’ ervoor maakt het helemaal spannend. Want waar staat dat ‘wilde’ eigenlijk voor?

Betekent het dat je tenminste een halve wilde moet zijn voor je aan deze marathon kunt meedoen? In mijn geval zou dat zeker kunnen kloppen. Niets is leuker dan het rennen als een wild spel te beschouwen en je, al rauzend, door het bos te bewegen. Veel tempowisselingen; sprintjes bergop enzovoorts. In je hoofd zingen the Trogs; “Wild thing….. you make my heart sing……. You make everything….. groovy……wild thing” en je schakelt nog een tandje bij. Maar op die manier hou je het geen dikke 42 kilometer vol. “Wilde” moet ook nog een andere betekenis hebben.

Sean Penn’s briljante film ‘Into the Wild’ vertelt het verhaal van Alexander Supertramp een begenadigd student, die na zijn studie afscheid neemt van het systeem van materialisme en van de gekte van prestatiedrang. Hij stort al zijn geld op de rekening van een hulporganisatie en trekt op de bonnefooi de wereld in. Met uiteindelijk het doel om verlaten van iedereen een tijd in de wildernis van Alaska door te brengen. Wil deze wilde marathon bij zijn deelnemers het gevoel van Alexander Supertramp losmaken…… het gevoel van volledig op jezelf en de natuur aangewezen zijn? Het zou zo maar kunnen. En het komt ook heel dichtbij. Maar de andere lopers en verzorgingsposten verstoren het beeld en de beleving. Er moet meer achter het woord ‘wilde’ schuilen.

Sinds het programma ‘So you think you can dance’ ben ik een groot fan van hip hop dansen. Om naar te kijken weliswaar. Mijn achtenveertigjarige atletische vermogen is beperkt tot het ene been voor het andere zetten. Complexer moet het niet worden. Hip hop dansen is wild en veelzijdig, maar vraagt om een enorme lichaamsbeheersing. Goed uitgevoerd is het een dynamisch en esthetisch genot om naar te kijken. Het doet me verlangen naar de dingen van het leven nog een keer over te mogen doen, maar dan in deze tijd. Dan was ik zeker en vast danser geworden. Dus wild is esthetisch. De wilde marathon ook. Het is schoonheid én kunst tegelijk. De verrassende schoonheid van de natuur zo dicht bij huis en de kunst van het lopend één worden met je omgeving.

“Wild” is hier ook een fantoomverschijnsel. Je ervaart het wel, maar het is er eigenlijk niet. Het karakter van de loop is; een aantal mensen die samen op een zaterdagmorgen een duurloop doen. Niks georganiseerde marathon, want dat zou meteen verboden worden. Tenzij je aan allerlei typische Nederlandse regeltjes wil voldoen. Maar dat haalt meteen de charme uit het hele gebeuren.
Een wilde marathon zorgt voor spelen en rauzen als een kind; voor loskomen van alles wat moet; voor schoonheid en kunst en voor mystieke ervaringen. Volgend jaar kies ik weer voor deze spirituele tour de force.

Nieuwsgierig naar hoe die marathon heet? Ik mag niets vertellen anders wordt ik uit het geheime genootschap verstoten, maar de naam is ………….denk aan hoog boven anderen verheven, met je voeten los van de vloer een korte verstikkende laatste ervaring opdoen.

Viewmaster


Thomas doet een cursus en leert dat je succes eerst moet visualiseren om het vervolgens te krijgen. Je moet jezelf al als winnaar zien finishen zonder de startstreep gepasseerd te hebben. De vlucht van de bal naar de kruising van het doel al zien net voordat je hem een trap geeft. De positieve uitkomst van een moeilijk gesprek al tot stand zien komen zonder nog een woord gewisseld te hebben. Thomas leert dat je moet handelen vanuit een visie, want visie zonder actie is een dagdroom. Hij heeft ook geleerd dat actie zonder visie een nachtmerrie is. Thomas worstelt met het omzetten van visie naar actie. Visie heeft hij, ziet alles in plaatjes en vindt dat voldoende. Een dagdromer. Hij is te vaak getuige geweest van de grote tragedie van wetenschap; het afslachten van een prachtige hypothese door een lelijk feit. Wie is Thomas?

Thomas is een veertiger. Hij is een master. Nee, niet de master tijdens een jachtpartij met een groep honden. Thomas is netjes getrouwd; heeft het jagen reeds jaren geleden moeten opgeven en heeft een hekel aan geblaf. Hij is ook geen master in de zin van master and servant. Thomas werkt in de dienstverlening en masters komen daar niet uit de verf. Dienaren wel. Wat voor een master dan wel? Thomas is een viewmaster. Een camera obscura van deze tijd. Maar minder obscuur. Thomas ziet voortdurend plaatjes aan zich voorbij trekken. Schuif en klik….. zijn (harde) schijfje draait en het volgende plaatje verschijnt. Thomas is, zo weet hij sinds die recente cursus, visueel ingesteld en kan dat ook nog aardig onder woorden brengen. Thomas kan met woorden een leuk plaatje schilderen.

In zijn zoektocht naar balans in zijn leven heeft veertiger Thomas ooit besloten te gaan hardlopen. In de eerste plaats voor de rust. Even weg van werk en familie. Wat tijd om alleen te zijn met zichzelf. Thomas heeft lang geleden ook ontdekt, dat hij erg gevoelig is voor de prikkels uit zijn omgeving. Scherpe zintuigen geven hem voortdurend signalen. Veel drukte vermoeit hem dan ook en het beeld van een eenzame loper in een groot stil bos was heel verleidelijk. Wat hij niet kon bevroeden was, dat lopen veel ruimte in zijn hoofd maakt voor de leukste, mooiste en meest absurde plaatjes. Wel alleen lopen, maar plezier voor twee.

Ik leer Thomas kennen op een zonnige lenteavond in mei. We praten eerst voorzichtig over van alles en nog wat. Het klikt en, als gezegd, Thomas kan met woorden mooie plaatjes schilderen. Zon en wijn plaatsen Thomas op zijn praatstoel en hij geeft me wat inzicht in zijn persoonlijkheid. Ik wil natuurlijk meer weten over vooral die absurde plaatjes in zijn hoofd en Thomas projecteert zijn prenten met een opsomming van kleurrijke anekdotes.

“Hardlopen doe ik weliswaar graag alleen, maar ik loop ook regelmatig met een groep. Mannen en vrouwen in alle soorten en maten. Ieder zijn eigen persoonlijkheid, doelstellingen en achtergrond. Leuke lui die lopers. Je praat onderweg wat met elkaar en zo leer je de ander een beetje kennen. Ik heb altijd moeite om mijn concentratie bij een 1-op-1 gesprek te houden. Andere stimuli verdringen de specifieke aandacht die ik aan de loper naast mij geef. Geluiden, gebeurtenissen en gesprekken van anderen. Mijn antennes vangen alles op. Een brei van gegevens waar ik wat mee moet en die zich tot beelden vervormen.”

Thomas neemt nog een slok en vervolgt zijn verhaal.

“Laatst tijdens een intervaltraining. Vierhonderdjes in het bos. Op de vlucht voor de vervloekte piraten. Ze doden kan niet meer. Alleen wegrennen. Ze zijn al dood. Verworden tot zombies. Levende skeletten met hier en daar wat vel. In grote getale zitten ze achter mij aan. Getrokken zwaarden en de een ziet er nog enger uit dan de andere. Naast hun gehuil en gehijg hoor ik een ritmische ‘knak’ naast me. Ik kijk naast me en zie de knokige vleesloze knie van een piraat. Een volledig versleten verbinding tussen dijbeen en een stuk hout. Zijn rennen doet wat eens zijn knie was knakken. Ik zet aan om het gedrocht voor te blijven……. en sluit deze interval af in 1.30 minuut. Te snel, maar wel begrijpelijk. Licht hijgend hoor ik een van de lopers vertellen over de onverklaarbare knak die uit zijn knie komt. Verschrikt kijk ik op. Verwacht een zombie als in een bloedstollende scène uit Pirates of the Caribean., maar zie gelukkig een gewone vent uit de Betuwe met iets te veel grijs haar voor zijn leeftijd. Nog even doorademen en weer vierhonderd meter op de vlucht voor…………?”

Ik lach en hij neemt weer een slok.

“Zaterdagochtend tijdens een duurloop met de groep. Gelijk de zweep van een slavendrijver op een galjoen vol geboeide roeiers, of van een dompteur die probeert zijn tijgers er onder te houden. Zo ‘knalt’ haar stem een persoonlijke wens. In voel me geboeid en geboeid kijk ik om. Leren Nike Zoom Air lieslaarzen, daarboven louter latex. Alles zwart. Ik loop voorop en heb initiatief genomen zonder haar toestemming. Een ferme berisping is mijn deel. Ik moet me omdraaien en de domina dwingt me te luisteren. Anderhalf uur is anderhalf uur. Als in Histoire d’ O volg ik haar aangelijnd. De halsband knellend om mijn keel………… ‘Gaat het goed met je?’ vraagt een vriendelijke stem naast me. ‘Je kijkt zo benauwd.’ Had je maar niet als een gek die heuvel op moeten rennen. Ik kon je nog net waarschuwen, dat de groep halverwege de heuvel linksaf was geslagen. Ik kijk in de vriendelijke ogen van O, die in werkelijkheid heel anders heet en erg aardig en vredelievend is. Mijn benauwdheid is over. Nog een paar heuveltjes over en we zijn weer thuis.”

Hij vertelt verder, maar ik ben in gedachten nog bij O.

“Ik loop naast – gelukkig niet achter – een vent met oorringen. De jungle is nauwelijks doordringbaar en samen zijn we op zoek naar Bonobo’s. Een zeldzame apensoort. Ace Ventura, pet detective, is slechts gewapend met zijn camera. Fiercy creatures springen uit de bomen en houden ons staande. Ace trekt zijn onafscheidelijke bidonnetje uit de houder op zijn rug en begint te spuiten. ‘We moeten die dieren verdrijven met alle mogelijke middelen’, schreeuwt de mond in zijn gummi gezicht. Hij begint op zijn buik te slaan. Ik denk dat hij de Fiercy Creatures wil imponeren met zijn gorilla gedrag, maar niets is minder waar. Ace draait de beesten zijn rug toe en buigt voorover. ‘Knetter, knetter, knetter zo klink zijn monotone, flatulente donderspeech. ‘Als water niet helpt, dan lucht misschien’. De beesten nemen afstand en ik ook……… ‘Ik had vanavond twee kindertjes op bezoek en ze aten mee. Ik moest dus het goede voorbeeld geven en heb ook wat gegeten. Nu heb ik last van lucht’ zegt Ace, die eigenlijk een andere Engelstalige naam draagt. ‘Jij last van lucht? Ik zal je bedoelen. Van jouw lucht’ Ik zet aan en hij laat zich terugzakken. Nog meer geknetter en dan keert de rust terug. De vent met oorbellen komt weer bij de groep en gaat op kop lopen. Hij zou het nog uren vol kunnen houden. Hij loopt op gas. Mijn tank is snel leeg.”

De overgang van O naar Ace was ontnuchterend en we schenken beide ons glas nog eens vol.

“Weet je wat na knakken, knallen en knetteren komt? Kwietschen. Laatst werd ik er gek van. Voortdurend en in de maat van onze passen een kwietschend geluid. Alsof er twee dingen langs of over elkaar bewegen en wrijving veroorzaken. Het geluid maakt me gek en een gevoel van paranoia maakt zich van mij meester. Ik voel met voortdurend achtervolgt en het lijkt alsof ik de enige ben die het geluid hoort.

“En nog één ding past in het rijtje van de K’s. Klagen. Daar heb ik geen beelden bij, maar vind wel dat lopers daarmee op moeten houden. Te zwaar, te hard, te lang, te langzaam, te steil, te hobbelig, te mul, nog een keer die trap?, enz. Geniet van het lopen. Je doet het voor je plezier. Doe een beetje je best en klaag niet.”

Thomas staat op en vertrekt. ‘Thuis lekker op de bank een film kijken, Marc!’

Van uitstel komt.........

Ik berichte u in de vorige editie van ons clubblad over mijn Amsterdamse optimale staat van opwinding. Nu, na nader verhit onderzoek en voortschrijdend inzicht, moet ik daar een aantal kanttekeningen bij plaatsen. Je kan op basis van een eerdere ervaring ontzettend veel zin hebben, maar in een ander decor en context is het toch lastig om dat zelfde unieke gevoel te herbeleven. Verwachting is niet altijd gelijk aan werkelijkheid.
“Als het te heet wordt moet je het hoogtepunt uitstellen. Voor je uit schuiven.” Het zou me te heet worden in Rotterdam met de kans op een voortijdig einde en vervelende gevolgen. Ik wil mijn volgende hoogtepunt voor mij uitschuiven. Een hele week. Tot in Enschede. De marathon aldaar.
Dat uitstellen dat doe je niet zomaar. Dat zal menigeen, vooral de mannen onder ons, kunnen bevestigen. Het werd dan ook een roerige zaterdagavond voorafgaand de marathon van Rotterdam. Interne worstelingen tussen de emotie en de ratio. In goed gesprek met mijn vrouw en nog meer met mijzelf. Heen en weer gesmeten tussen welles en nietes. Ik wil zo graag, maar het is niet goed. Het wordt een anticlimax. Zelfs extern advies werd gezocht om soelaas te brengen.
Toen ineens………….synchroniciteit. Twee ogenschijnlijk losstaande verschijnselen blijken toch een verband met elkaar te hebben. Ik pak verveeld en met mijn aandacht nog bij de uitstelbeslissing zo’n glossy wellness magazine van mijn vrouw. Begin, geheel conform mijn gewoonte, van achteren naar voren te lezen en zie aan het eind van een artikel volgende samenvatting staan.
“Tantrisch hardlopen geeft je zelfcontrole en biedt lichamelijke voordelen: het stimuleert de bloedcirculatie; verbrandt calorieën; reinigt doordat je giftige stoffen uitzweet; vergroot het uithoudingsvermogen; vergroot het vermogen om hardlopen langer te laten duren. Je zult langer kunnen toewerken naar een hoogtepunt en een geheel nieuw plezier halen uit het proces”.
Tsjakkaaa! Ik ben overtuigd. Het gretige gevoel om in Rotterdam te pieken wordt een week op ijs gezet om vervolgens in Enschede op volle temperatuur gebracht te worden. Maar…..dat op ijs zetten van een gretig gevoel is nog niet zo makkelijk. In het begin werd die actie vooral gehinderd door het dierlijke instinct te moeten presteren. Niet straks, maar nu. Carpe diem. Seize the moment! Stel dat het allemaal wel meevalt in Rotterdam en je als een slapjanus wordt uitgehoond door hen die wel piekten in de Maasstad. Mijn mannelijk trots blijvend beschadigd. Angstig gevoel.
Ik zet mijn beslissing door en breng de temperatuur geleidelijk terug naar een veilig bereik. Ga naar bed en sluit mijn ogen. Gedurende de nacht ebt de onrust weg. Ik kan uitslapen en kruip verfrommelt en versuft op zondagochtend voor de televisie. “Hoe is de situatie in Rotterdam?” Even nog wordt ik onzeker. Wat een mensen aan de start. Het lijkt of ik de enige ben die tot vroegtijdige marathonus interruptus besloten heeft. Een uur na de start in Rotterdam heb ik al mijn antwoorden. Ik heb de juiste beslissing genomen. Rotterdam had mij geen hoogtepunt kunnen brengen. Na een koude douche – het gretig gevoel ligt immers op ijs - ga ik in de tuin zitten om van de volle zon te genieten. IJskoude rosé en olijven van Smits binnen handbereik. “Het lijkt wel of je een marathon hebt gelopen,” zeggen mijn kinderen als ik aan het eind van de middag besluit om naar binnen te gaan. “Je hebt een hartstikke rooie kop, bent bezweet en staat te wankelen op je benen.”Nee, jongens dat heeft pappa wijselijk besloten pas volgende week te gaan doen,” antwoord ik net voor ik op de bank in een zon & alcohol slaap val.
De horror verhalen over ‘te heet’ Rotterdam beheersen de media enkele dagen en mijn week kabbelt voort. Ik rommel voortdurend aan mijn thermostaat om mijn gretigheid op peil, maar in toom te houden. Geleidelijk aan begin ik toch te balen van dit tantrische gedoe. Het mag overal goed voor zijn, maar een week uitstel draagt niet bij tot de feestvreugde. Ik heb nog wel zin, maar wil ook dat het al voorbij is. Inmiddels beginnen de weermensen op tv al weer over een nieuw warm weekeinde te speculeren. Het zal in Enschede ook warm worden.
Ik sta in het startvak en begin in een hele leuke sfeer aan een warme – in temperatuur en aandacht van het geweldige publiek - marathon. Wel gretig, maar niet met dat René Froger gevoel van “This is the moment!” Een prachtige dag. Ik kies ervoor om bij een pacer te blijven met 03:15 op zijn rug en dender in een grote groep de stad uit en Duitsland in. Lekker tempo, maar ik neem steeds iets te lang om te drinken bij de drankposten. Uiteindelijk is het gaatje tussen mij en de 03:15 groep te groot om weer eens te dichten. Tantrisch hardlopen vergroot de zelfcontrole en ik besluit na 18 kilometer alleen verder te gaan. Ik wil, zoals ik me had voorgenomen na het lezen van het artikel “een geheel nieuw plezier halen uit het proces”.
Dat valt bitter tegen. Niks lopen in ‘the zone’ met hartslag 145. Niks goedlachse dames die het juiste weten te zeggen om mij geheel nieuw plezier te bezorgen. Een vent, lelijk als de nacht, met een grote hamer. Die kom ik tegen. Precies bij 32 kilometer staat hij. Hij raakt me vol op de borst. Ik verslap meteen. De vaart eruit. De opwinding weg. Ik denk aan een voortijdig einde zonder het hoogtepunt en de bevrijdende oerkreet aan de finish. Futloos beweeg ik me stapvoets richting de 33 kilometer. Het voelt als een eeuwigheid, maar dan besluit ik, dat van het uitstel niet alsnog afstel komt. Met een juiste ‘push on the right button’ richt ik mij weer op en maak een herstart. Niet zo sprankelend meer, maar het gaat. Druipnat van alle bekers water en sponzen schroef ik mijn tempo weer op. Vanaf 36 kilometer helpt mijn eigen Twentse trainer Gerard, die ik een jaar lang gemist heb, maar er nu voor me is. Ik niet aardig en spraakzaam. Hij gelukkig wel. Hij heeft een fiets en water bij zich.
Na een dikke 42 kilometer in een heerlijk zonnetje ga ik oververhit over de finish. Pak de verkeerde medaille (van de ½ marathon) en giet nog maar weer eens wat water over mijn hoofd. Het was niet het hoogtepunt dat ik voor ogen had, maar ik heb onderweg dingen ontdekt waar ik wat aan heb. Toch de juiste beslissing genomen tot uitstel, maar dat tantrisch hardlopen is niks. Volgende keer gewoon weer knallen als ik wil knallen. Twee pimpelpaarse grootteteennagels sieren nog steeds mijn voeten en ik denk alweer aan een volgende marathon.